Posts tonen met het label video-ads. Alle posts tonen
Posts tonen met het label video-ads. Alle posts tonen

donderdag 23 april 2009

twist bannercampagnes: van CPM naar CPV (vertoning)


Twist heeft met Hottraffic, een zusterbedrijf van MeMo², de eerste online campagne voor een van haar adverteerders uitgezet waarbij de BannerTracker meeloopt. De adverteerder krijgt de mogelijkheid om de kwaliteit van de bannerpositie te beoordelen. Het gaat niet enkel meer om bereik, hiermee kunnen banner-posities real time geoptimaliseerd worden.
Deze standaardmethodiek, de BannerTracker, wordt aan een campagne toegevoegd om de resultaten tussen posities en uitgevers te vergelijken en realtime te optimaliseren.

Durk van Hijum, consultant bij twist: "De vertoningen die met de BannerTracker worden gemeten zijn in het beeldscherm, niet op de pagina." Dit in plaats van de impressies op de pagina. In de bewuste campagne ligt de gemiddelde exposuretijd in beeld, op scherm, van alle posities op zo'n 20 seconden en in het slechtste geval op 5 seconden. Op pagina ligt de gemiddelde exposuretijd op ongeveer gemiddeld 90 seconden.
Aanzet om de BannerTracker mee te laten lopen met een campagne van de Nederlandse Grootbank was de discussie die onlangs ontstond over de prijs-kwaliteit verhouding van een aantal bannerposities op sites uit het STIR-netwerk. WebAds-directeur en IAB-bestuurder Tjeerd Kooij liet in februari aan de online uitgave van Emerce weten dat website-exploitanten een vuist moeten maken om het effect van kwaliteit voor online reclame samen aan te tonen. Het bereik van sites wordt vastgesteld door de STIR. Adverteerders gaan hier vaak blind op af en kiezen voor de laagste prijs. Het bereik is dan misschien een graadmeter, de kwaliteit van de posities op de sites kan variëren.

Van Hijum: Het klinkt logisch dat de kans op conversie toeneemt naarmate de banner langer of beter in het beeldscherm staat, nu is er duidelijk een correlatie zien tussen percentage useful vertoningen versus resultaat." Vogels (MeMo²) beaamt dat: "Het is in lijn met wat we hiervoor hebben gezien. Als adverteerder koop je impressies in. Dat is iets anders dan een echte vertoning, de opportunity to see. Je moet de vertoning in het scherm meten, wanneer iemand in een ander scherm bezig is met een PowerPoint-presentatie, is de banner niet zichtbaar. De BannerTracker meet hoeveel vertoningen er uit de impressies worden gehaald. Dat de conversie, de reclameherinnering daar hoger ligt, dat is logisch."

Uit de campagne bleek verder dat gemiddeld 59 procent van alle ingekochte impressies resulteert in een kwalitatieve opportunity to see, in het slechtste geval nog geen 25 procent.
Van Hijum geeft aan dat de eigen publishers in de meeste gevallen vertoningen hebben die kwalitatiever zijn: "Het zijn vaak kleine sites, die er iets aan kan doen wanneer hij bijvoorbeeld te horen krijgt dat de positie van een rectangle slecht is. Een netwerk kan daar weinig invloed op uitoefenen. Die is gebonden aan allerlei zaken."
Alle betrokken partijen hebben positief gereageerd toen de tussentijdse resultaten werden gedeeld. "Sommigen hebben direct actie ondernomen, zoals het tilen van de leaderboard en de rectangle zodat rectangle-positie niet door leader omlaag werd geduwd. Ik kan geen namen noemen, maar het gaat om zakelijke titels", aldus Van Hijum.

Vogels: "Hiervoor kon de uitgever niet afgerekend worden op mindere prestaties. Nu heeft de adverteerder de mogelijkheid om de kwaliteit van de positie te beoordelen. Het gaat niet enkel meer om bereik."
Van Hijum geeft aan dat publishers laten in meeste gevallen betere resultaten laten zien dan netwerken. Vogels: Dat klopt. Het heeft in algemeenheid te maken met het feit dat bannerposities niet altijd even goed verzorgd zijn. De rectangle, een populair formaat, is niet altijd goed zichtbaar op een scherm. Bij het ontwerpen van een website wordt vaak gewerkt met een groot scherm. In een zakelijke omgeving werkt men uiteindelijk vaak met een laptop, waarbij de rectangle onder de vouw valt. De intentie is vaak goed, de praktijk komt er slechter vanaf."
Vogels merkt op dat Twist en Kobalt kijken naar de kosten per duizend vertoningen in plaats van de kosten per duizend impressies. "De CPM kan in het eerste geval veel hoger liggen." Hij vervolgt: "Iedereen mekkert dat de CTR, het klikpercentage, elk jaar lager ligt. Volgens ons is de kwaliteit van de posities lager. Bij duizend impressies heb je daardoor minder vertoningen. Op basis daarvan gaat de CTR naar beneden."
Lijkt me een goede ontwikkeling. Ben benieuwd naar de resultaten van (meer) campagnes en de extra kosten die dit met zich meebrengt. Oftewel de ROI want daar draait het toch allemaal om.

woensdag 30 juli 2008

Onderzoek naar de werking van online creatie

Microsoft Advertising heeft door marktonderzoeksbureau MetrixLab onderzoek laten verrichten naar aspecten van creatie die invloed kunnen hebben op de werking van online display advertising. Er is onder meer gekeken naar de effectiviteit van het formaat, het moment van tonen van het merk, het logo, het product en de boodschap, het type uiting (bijvoorbeeld flash of streaming), de snelheid van het tonen van tekst en de rol van interactie.
Het onderzoek is in Nederland uitgevoerd onder 695 respondenten en er zijn 30 online campagnes getest. Om de werking van creatie te kunnen vaststellen heeft MetrixLab gekeken naar de aspecten aandacht, geheugen, houding ten opzichte van de uiting en merkeffecten. Voor ieder onderdeel is een aparte test ontwikkeld, waarbij verschillende kwantitatieve en kwalitatieve technieken zijn gecombineerd.

Op grond van het onderzoek komt Microsoft tot de volgende aanbevelingen voor online advertentiecreatie:
1. Het merk en het logo kunnen het beste aan het einde van een uiting worden weergegeven. Wanneer deze continu in beeld zijn, krijgen de merknaam en het logo minder aandacht.
2. Voor de meeste impact kan de boodschap het beste aan het einde van de online uiting worden getoond.
3. Grotere formaten werken beter dan kleinere formaten. Een ‘300x250’ advertentie wordt gemiddeld door drie keer zoveel mensen opgemerkt als een leaderboard (728x90) en twee keer zo lang bekeken. Daarom komt de boodschap in een ‘300x250’ advertentie beter onder de aandacht.
4. Uitingen met snelle tekst worden beter herinnerd, maar uitingen met langzame tekst scoren beter op koopintentie, interesse en likeablility.
5. Online uitingen die niet continu herhaald worden (zonder ‘loop’) blijken effectiever dan online uitingen met ‘loop’. Het laatste beeld van de uiting is daardoor uiteraard erg belangrijk.
6. Het figureren van mensen in een online uiting is effectief. Volgens het onderzoek worden deze uitingen erg goed herkend en relevant gevonden. Ook is de call-to-action hoog.
7. De intentie om te klikken is hoger bij uitingen zonder een rechtstreekse klik-uitnodiging. De aansporing ‘klik hier’ blijkt zeker geen garantie voor succes.
8. Interactieve banners (waarin een actie wordt gevraagd aan degene die de banner bekijkt) worden niet beter herinnerd dan flash banners als er verder geen interactie plaats vindt. Maar interactieve uitingen waar wel interactie mee is geweest, scoren hoger dan flash banners op likeability, koopintentie en interesse. Dat betekent dat het ‘uitlokken’ van deze interactie erg belangrijk is voor het effect (via DutchCowboys).

Vele vragen blijven voor mij onbeantwoord zoals voor welke producten werden de campagnes ingezet, zijn het high of low involvement producten, brandingcampagnes of gericht op conversie? Is er rekening gehouden met de positie van de banner en de contact frequentie van de onderzochte banners? Is er onderscheid te maken naar verschillende vormen van richmedia? Is er een relatie tussen effectiviteit, boodschap en bezoekersprofiel? Helaas is het onderzoek nog niet beschikbaar. De uitkomsten zoals ze nu gepresenteerd zijn, zijn wat mij betreft te generiek om conclusies uit te trekken.

Bij veel van dergelijke onderzoeken merk ik dat het betreffende onderzoeksrapport nergens (online) te vinden is. Dat maakt me altijd een beetje achterdochtig. Waarom groots onderzoek doen en daarmee de pers op zoeken en dan nauwelijks onderbouwing geven? Of heb ik iets gemist? Mocht iemand het onderzoek beschikbaar hebben dan houd ik mij van harte aanbevolen
Sept 2008: Voor aanvullende onderzoekresultaten kijk hier op Frankwatching

donderdag 3 april 2008

Google-onderzoek: online commercials werken ook voor FMCG-adverteerders

Google onderzocht samen met Harris Interactive de effectiviteit van online video in vergelijking tot televisiecommercials. De onderzoekers gebruikten hiervoor speciaal de commercials van FMCG-fabrikanten, in de hoop dat deze grote adverteerders nu eindelijk eens hun TV-budget naar online video verschuiven.

Voor het onderzoek meette Harris de impact van 30-seconden commercials uit 3 grote FMCG-categorieën (dranken, zoutjes en huidverzorging) op 3 verschillende videoplatforms; gewone televisie, Youtube en ‘embedded video’ in online content.

Uitkomsten: commercials doen het op alle platforms even goed qua effect, maar embedded video doet het net even iets beter als het gaat om het ‘beinvloeden van de koopintentie’.
De Google-studie was er met name op gericht om FMCG-fabrikanten over de streep te trekken. De meeste van hen zien internet namelijk nog steeds overwegend als een direct respons medium, zo zegt Google. Je moet de uitkomsten dus ook in dat licht bekijken.
Volgens Google moeten veel FMCG-adverteerders een emotionele grens over voordat ze internet eindelijk zien als een volwaardig ‘brand building medium’.
Blijven nog wel veel vragen open over de opzet van het onderzoek ("Wij van wc-eend adviseren wc-eend"), maar de uitkomsten bevestigen een steeds groter aantal andere onderzoeken.

Een daarvan werd vorige maand gepubliceerd door Microsoft Digital Advertising Solutions, RTL en Metrixlab. Zij wilden onder andere weten of videocommercials die voor online content worden geplaatst (denk bijvoorbeeld aan pre-rolls), effect hebben. Een verslag daarvan is hier te lezen (via Molblog).

donderdag 6 maart 2008

Sitebezoek neemt toe na start programma

Wellicht geen verrassing maar toch goed om nog even op een rijtje te zien. Zodra een programma op televisie van start is gegaan is dit van invloed op de bezoekersaantallen van de bijbehorende internetsites. De site van Wie is de Mol is in de maand januari door 338.000 unieke bezoekers bezocht. Het aantal neemt alleen maar toe zodra het programma dichterbij de finale komt. Ook op Uitzendinggemist is Wie is de Mol een groot succes, met 450.000 opgevraagde streams in de maand januari. Daarmee is Wie is de Mol het meest bekeken programma na Boer zoekt Vrouw en ONM.

Uit recent onderzoek van de Ster in samenwerking met onderzoekbureau Metrixlab op Uitzendinggemist.nl, blijkt dat één confrontatie met een streamcommercial al een positief effect heeft op de reclameherkenning- en herinnering van een product. Ook hebben de respondenten een duidelijker beeld van het imago van het product en neemt de sympathie voor het product toe wanneer men een streamcommercial heeft gezien.
Verder blijkt uit analyse dat met name de lichtere televisiekijker wordt bereikt met Uitzendinggemist. Verder geven relatief veel bezoekers van de site aan dat men klikt op commercials voorafgaand aan het bekijken van een uitzending (via Marketingfacts). Helaas kan ik het onderzoek nergens vinden dus moeten we het voorlopig met deze (niet verder onderbouwde) bevindingen doen.
In een eerdere post bestede ik al aandacht aan een onderzoek van Experian onder 75.000 Amerikanen m.b.t. de positieve effecten van streaming video reclame.

donderdag 27 december 2007

Streaming reclame intensiever beleefd dan tv-reclame

Consumenten die videoreclame bekijken tijdens een streaming video-uitzending beleven de commercial intensiever dan wanneer deze op tv wordt gezien.
Dat blijkt uit een onderzoek van Experian onder 75.000 Amerikanen.

De respondenten beleven videoreclame 25 procent betrokkener wanneer deze via het web wordt bekeken dan wanneer op tv. In de onderzoeksopstelling werden tv-programma's op de traditionele beeldbuis uitgezonden en via het web. De impact van de reclames tíjdens die uitzendingen is onderzocht. Daarbij wordt 'betrokkenheid' op 6 karakteristieken gedefinieerd, waaronder: geloofwaardig, inspirerend en ontvankelijkheid.

Onderzoeker John Fetto stelt dat het web een goed verlengstuk is voor televisie, zeker waar het de intensieve beleving van reclame betrekt. Zijn resultaten betekenen niet het eind voor de tv, want dat medium is beter dan het web in staat in één keer een grote groep kijkers tegelijk aan te spreken (via Emerce).

maandag 17 september 2007

Video-ads op Fabchannel lopen nog niet

In april startte Fabchannel met korte commercials op haar site. Heineken was de eerste adverteerder. Bezoekers die op de site een concert bekijken, zien voordat het daadwerkelijke optreden start een 10-seconden durende videoadvertentie.

Fabchannel, dat beelden van zo'n 800 Paradiso- en Melkwegconcerten toont, heeft gekozen voor korte commercials om haar gebruikers zo min mogelijk ‘overlast te bezorgen', zegt woordvoerder Joost de Wit van Fabchannel. "De gebruikelijke lengte van 20 of 30 seconden vinden wij te lang."

De gebruikers hebben nog vrijwel niet geklaagd over de advertenties van bedrijven, zegt De Wit. Naast Heineken, hebben ook AOL en Vodafone met korte videoadvertenties geadverteerd. De Wit geeft toe dat de belangstelling van adverteerders niet erg groot is. "Probleem is dat adverteerders, of de partijen die voor hen werken, speciaal voor ons een ander formaat commercial moeten maken. Zij kunnen niet zomaar hun standaardcommercials doorplaatsen." Het pas onlangs in Nederland gestartte Mediasquares doet de advertentieverkoop voor Fabchannel. Fabchannel trekt zo'n 10.000 unieke bezoekers per dag. In de zomer lag dat aantal iets lager: rond de 7000 per dag (via Emerce).

Ik geloof sterk in de kracht van video-ads en Fabchannel lijkt me een prachtig umfeld voor vele adverteerders. Nadeel is dat veel video-ads op 15" worden gemaakt (=maximale lengte voor o.a. Uitzendinggemist). Wellicht dat het helpt als Fabchannel de video-ads oprekt naar 15".